OMSCHRIJVING

De achterwand of ‘rear wall’ of ‘rear bulkhead’ is het tussenschot tussen de cockpit en de verdere compartimenten in het vliegtuig zoals de ruimtes van personeel en de passagiers.
We kennen ook de ‘rear pressure bulkhead’ maar dat is het cirkelvormig schot achteraan in het vliegtuig in de vorm van een spinnenweb die ervoor zorgt voor de luchtafdichting en om de druk te handhaven. Het beschermt ook het vliegtuig tegen barsten door de hogere inwendige druk.

We hebben eigenlijk 2 achterwanden. Het gedeelte aan de achterzijde van de Capt en het gedeelte aan de achterzijde van de FO.

Beide achterwanden zijn hoofdzakelijk uitgerust met de panelen met de zekeringen (circuit breaker panels).

Wegens plaatsgebrek zijn er in mijn homecockpit enkel de 2 wanden met de CB-panelen te vinden met aan de Capt-zijde een dummy jump seat om de wand aan te vullen. De achterbouw met nissen, tussen CB-panels en cockpitdeur, zijn weggelaten.

 

CONSTRUCTIE VAN DE ACHTERWANDEN

De beide achterwanden zijn gemaakt van MDF-panelen en een paar tussenribben van houten balkjes voor de stevigheid.

Beide achterwanden zijn zo gebouwd dat de wand past in het metalen frame van de cockpit. Men kan ze dus apart in de metalen kader van de cockpit schuiven.
De breedte van de Capt-achterwand bedraagt 900 mm en de Fo-achterwand is 925 mm breed. De breedte van de deuropening is 580 mm. Dus een 2 cm breder dan de originele versie.

Het MDF-paneel aan de binnenzijde is 9 mm dik. Hierop worden de CB-panelen en andere onderdelen geschroefd. Het paneel aan de buitenzijde voor de afwerking is 3 mm dik. Dit paneel is aan één zijde wit en wordt normaal gebruikt voor de achter- en binnenzijde van een kast dicht te maken.

De ribben zijn gemaakt van houten latten uit de Brico van 93 mm breed en een dikte van 18 mm. De totale dikte van een wand komt op 130 mm.

Deze ribben zijn eerst gelijmd tegen de MDF-panelen en nadien met een paar schroeven extra bevestigd.

De achterwanden Capt/FO zijn beiden in de hoeken voorzien van een nis waarin een metalen baar moet komen die schuins wordt bevestigd aan de bovenzijde/midden van het zijraam.
Deze baar is een onderdeel van de constructie van de cockpit en is ook te zien in een echte cockpit.

Ook op de FO-achterwand is er een nis voorzien voor de bevestiging van een brandblusser. Deze nis is 105 mm breed, 670 mm hoog en 25 mm diep.

Aan de bovenzijde van de Capt/FO-achterwand is er een ronde opening voorzien voor de in/opbouw van een ‘Dome light’.

De beide achterwanden zijn aan de binnenzijdes van de deuropening voorzien van stofferingsnagels. De nagels hebben een ronde kop met een diameter van 10 mm. De afstand tussen de nagels is van hart tot hart 40 mm.

 

 

De nisopeningen die in de hoeken van beide wanden zijn uitgezaagd en bestemd zijn voor de geleiding van de metalen ‘upper rail’ hebben een lengte van  241 mm en een breedte van 102 mm.
Hieronder vindt men nog extra afmetingen hoe de nisbehuizing moet gebouwd worden.

Afmetingen OEM-versie nis upper rail

(OEM=Original Equipment Manufacturer)

De nissen hebben aan de binnenzijde een aflopende en glooiende onderrand. Dit is bekomen door de hoeken op te vullen met plamuur en vervolgens gladgeschuurd.

In de nis aan de onderzijde van de binnenste opening heb ik een metalen plaatje bevestigd met een uitgezaagde opening in de vorm van een omgekeerde U. Dit metalen plaatje in de vorm van een U dient als geleider van de ‘upper rail’ (Win P2). De ‘upper rail’ rust gewoon in deze geleider.

 

BEVESTIGING VAN DE ACHTERWANDEN

De achterwanden worden elk apart bevestigd op 3 verankeringpunten: zij-, boven- en onderkant.

De zijkant en bovenkant worden verankerd met een bout die door het metalen cockpitframe gaat en het houten wandgedeelte. De onderzijde van de wand is aan de binnenzijde van de cockpit bevestigd met een L-profiel die tegen de wand en bodem van de cockpit wordt geschroefd.

Deze drie verankeringspunten kunnen nadien gemakkelijk losgeschroefd en verwijderd worden om dan de wand weg te schuiven voor eventuele werkzaamheden uit te voeren in de cockpit.

 

 

AFWERKING EN SCHILDEREN

Beide achterwanden zijn eerst aan de binnenzijde van de cockpit geschilderd met een primer.

Nadien is de achterwand FO-zijde geschilderd in een zwarte kleur (satijnglans) en de achterzijde CAPT-zijde de linkse helft in Boeinggrijs en de rechtse helft in een zwarte kleur (idem FO).

De 2 nissen hebben een Boeinggrijze kleur gekregen.